Bovengrondse aanleg

Het grootste deel van de 380 kV-verbinding wordt bovengronds aangelegd waarbij gebruik wordt gemaakt van nieuwe 'Wintrack' masten, 

Voordat de bouwwerkzaam­heden starten wordt er een toegangsweg naar de mast­locatie aangelegd. De uitvoeringswijze van de toegangsweg is af­hankelijk van de ondergrond. Hierna wordt een fundering gebouwd voor de mast.

Hoe dat gaat? 

In de masten worden de stroomdraden (geleiders) getrokken. Dit gebeurt met lieren en wielen zoals het filmpje laat zien:

 

Intrillen van damwanden

Om de betonnen fundamenten voor de nieuwe Wintrackmasten te kunnen realiseren, is het op verschillende plekken noodzakelijk gebruik te maken van damwanden. Deze wanden zijn een belangrijk onderdeel om de fundaties mogelijk te maken. Deze wanden zijn van staal en worden met van een HoogFrequent (HF) trilblok de grond ingetrild. Als de betonnen fundaties gereed zijn, worden ze er weer uitgetrild. Deze methode passen we in Nederland veel toe want het is de meest snelle en eenvoudige werkmethode.

Bij het gebruik van trilblokken ontstaan trillingen in de grond, net als bij heien. Toch is er een verschil tussen heien en intrillen. Bij heien heeft een slaand heiblok een hoge, kortstondige energieafgifte en heeft de trilling een lage frequentie. Bij een trilblok gebeurt juist het omgekeerde: de energieafgifte is relatief laag en gelijkmatig en heeft de trilling een hoge frequentie.

Schade minimaliseren

De bodem heeft een eigenfrequentie. Door het trillingsniveau bij de installatie van damwanden minimaal 50% tot 75% boven de natuurlijke trillingsfrequentie van de bodem te houden, kan de grond deze trillingen niet goed opnemen. Darmee wordt de kans op schade aan omliggende gebouwen voorkomen. Bij heien liggen de trillingen in de eigenfrequentie van de grond en is de kans op schade in de omgeving groter.

Hinder

Intrillen van damwanden, net als bij heien gaat gepaard met geluid. Dat is onvermijdelijk en kan daarom tot overlast in de buurt van de trilwerkzaamheden leiden.